5 juni 2023 1974 woorden, 8 min. gelezen Laatste update : 25 oktober 2023

Hoe denken de Europeanen echt over hun toekomstige pensioen?

Door Pierre-Nicolas Schwab Gepromoveerd in marketing, directeur van IntoTheMinds
Het is voor niemand een geheim dat de Europese bevolking snel vergrijst, waardoor het pensioenstelsel al enige tijd ter discussie staat. De dag van vandaag wordt de duurzaamheid van dit systeem in vraag gesteld en is het zonder enige twijfel […]

Het is voor niemand een geheim dat de Europese bevolking snel vergrijst, waardoor het pensioenstelsel al enige tijd ter discussie staat. De dag van vandaag wordt de duurzaamheid van dit systeem in vraag gesteld en is het zonder enige twijfel een dringende zorg geworden. De recente demonstraties in Frankrijk hebben het debat over de eerlijkheid, efficiëntie en veiligheid van dit systeem opnieuw doen opflakkeren. We vroegen mensen in Duitsland, Nederland, Italië en Frankrijk: “Hoe denkt u echt over uw toekomstige pensioen? Heeft u vertrouwen in uw pensioen of twijfelt u eraan?” We doken into the minds (in het hoofd) van 2.000 mensen om beter te begrijpen of zij geloven in de eerlijkheid en duurzaamheid van het pensioenstelsel. Met dit onderzoek willen we de verschillende meningen en vragen van Europeanen weergeven, rekening houdend met individuele verschillen zoals geslacht, inkomen en nationaliteit.

Opvallende cijfers:

  • 2/3 van de Europeanen is onzeker over de hoogte van hun toekomstige pensioen, waarbij 1/5 aangeeft “zeer onzeker” te zijn.
  • 48% van de Europeanen weet niet precies hoe oud ze zijn.
  • Mensen met hogere inkomens hebben 2 keer meer kans om hun pensioenleeftijd te kennen en 3 keer meer kans om het exacte bedrag van hun ouderdomspensioen te kennen dan mensen met lagere inkomens.
  • 72% van de vrouwen en 67% van de mannen in Europa betwijfelen of hun pensioen alleen genoeg zal zijn om in hun behoeften te voorzien als ze eenmaal met pensioen zijn.
  • 51% van de Europeanen is bereid om eerder met pensioen te gaan, zelfs als dat een lager pensioen betekent.
  • 3/4 van de Europeanen raadpleegt zijn pensioenfonds niet regelmatig, en 26% heeft dat nog nooit gedaan.

Pensioenangst in Europa

Verrassend genoeg weet ongeveer twee derde van de Europeanen niet precies welk maandelijks pensioenbedrag kunnen verwachten, waarbij een op de vijf een sterk gevoel van onzekerheid uit. Bovendien weet bijna de helft van de ondervraagden niet precies wat hun pensioenleeftijd is, wat de ongerustheid benadrukt die we momenteel in Europa zien. Het is interessant om te zien dat Duitsers zich het meest bewust zijn van hun pensioenleeftijd (zie afbeelding 1) en de hoogte van hun pensioen (zie afbeelding 2), terwijl Fransen het meest onzeker zijn.

toekomstige pensioen Europeanen

Figure 1

toekomstige pensioen Europeanen

Figure 2

Omgekeerd is het geen verrassing dat mensen met hoge inkomens bijna twee keer zo vaak weten op welke leeftijd ze precies met pensioen zullen gaan en drie keer zo vaak weten hoe hoog hun ouderdomspensioen zal zijn, in vergelijking met mensen met lagere inkomens. Terwijl slechts 27% van de mensen met een laag inkomen denkt dat langer werken nodig is om toekomstige pensioenen te garanderen, denkt 36% van de mensen met een middeninkomen en 45% van de mensen met een hoog inkomen dat dit de oplossing is om de duurzaamheid van het systeem te garanderen (zie afbeelding 3). Deze inkomensverschillen zijn niet verrassend: de meest onzekere categorieën hebben hun onmiddellijke inkomen het hardst nodig (Engelse site) en zijn daarom minder geneigd om te sparen, terwijl de meer welgestelden toegang hebben tot een breder scala aan beleggingsopties, waardoor ze extra vermogen kunnen opbouwen naast de traditionele pensioenen. Daarom vermoeden we dat pensioenangst vooral mensen met een laag inkomen treft.

toekomstige pensioen Europeanen

Figure 3

Er zijn ook grote verschillen tussen de geslachten. Met 43% zijn vrouwen 12 procentpunt minder zeker van hun pensioenleeftijd dan mannen, en 8 procentpunt (29% in totaal) meer onzeker over het maandelijkse bedrag van hun toekomstige pensioen (afbeelding 4). Uit ons onderzoek blijkt ook dat 72% van de vrouwen denkt dat hun pensioen niet voldoende zal zijn om in hun basisbehoeften te voorzien als ze met pensioen gaan. Daarbij moeten we opmerken dat ook het cijfer van 67% onder mannen ook relatief hoog is. Deze resultaten kunnen in overeenstemming zijn met de context uit de academische literatuur: vrouwen werken vaker in vrijwilligersorganisaties, in een informele setting en werken relatief vaker parttime dan mannen (zoals hier wordt uitgelegd), allemaal factoren die de onzekerheid bij vrouwen verergeren.

toekomstige pensioen Europeanen

Figure 4


Zouden Europeanen eerder met pensioen willen gaan als ze dat konden?

De meningen waren verdeeld: 51% van de ondervraagden was bereid om eerder met pensioen te gaan met een lager pensioen. Vervolgens vroegen we hen naar hun mening over specifieke scenario’s, zoals geïllustreerd in afbeelding 5. Het meest impopulaire scenario houdt in dat men minder intensief gaat werken voor het pensioen, in een andere baan, terwijl de meeste mensen de voorkeur geven aan andere werkomstandigheden voor het pensioen. Vrouwen zijn iets meer voorstander van andere werkomstandigheden dan mannen, wat verklaard zou kunnen worden door het feit dat de carrièrepatronen van vrouwen niet zo rechtlijnig zijn als die van mannen, zoals hierboven uitgelegd. Het is daarom niet verrassend dat vrouwen vaker zeggen dat ze liever onder andere omstandigheden werken voordat ze met pensioen gaan.

toekomstige pensioen bereidt

Figure 5


Hoe bereidt u zich voor op uw pensioen?

Drie van de vier Europeanen raadplegen niet regelmatig het dossier van hun pensioenfonds en 26% heeft hun pensioen nog nooit met de administratie besproken, wat de “pensioenangst” zou kunnen verklaren, die erin bestaat dat ze niet weten wanneer ze met pensioen moeten gaan en voor hoeveel. We wilden ook weten hoe Europeanen denken over beleggen in aandelen als methode om te sparen voor hun pensioen: 55% is het ermee eens dat het kopen van aandelen de beste manier is om te sparen. Dit is niet verrassend, want hoewel bewezen is dat dit op de lange termijn de meest lucratieve methode is en de effecten van inflatie verzacht (Engelse site), heeft het ook grote nadelen, zoals het risico van aanzienlijke verliezen op de korte termijn in vergelijking met obligaties.


Steunen de Europeanen de stakingen in Frankrijk?

In Frankrijk werd landelijk gedemonstreerd tegen de wetswijziging om de pensioenleeftijd te verhogen van 62 naar 64 jaar. Terwijl 32% van de Fransen denkt dat het verhogen van de pensioenleeftijd niet de juiste manier is om de financiering van de pensioenen te garanderen (afbeelding 6), is slechts 18% van de Nederlanders tegen deze stelling. Dit toont de verschillen in houding ten opzichte van de hervorming en de reden voor de grote demonstraties in Frankrijk. Deze analyse gaat hand in hand met het feit dat slechts 14% van de Nederlanders, maar 23% van de Fransen, denkt dat hun basispensioen niet genoeg zal zijn om in hun behoeften te voorzien als ze stoppen met werken (afbeelding 7).

toekomstige pensioen bepaalde

Figure 6

toekomstige pensioen bepaalde

Figure 7

Meer dan de helft van de Europeanen vindt zelfs 62 jaar een te hoge leeftijd om met pensioen te gaan, en slechts 34% vindt deze leeftijd gepast. Dit is een interessant resultaat, aangezien de huidige pensioenleeftijd in de onderzochte landen tussen 64 en 67 ligt, dus 62 komt niet eens in de buurt van hun huidige systemen. Dit resultaat komt overeen met de bevinding dat 55% van de respondenten sympathiseert met stakingen in Frankrijk. Er zijn echter duidelijke verschillen tussen de landen: de Fransen en Italianen zijn grotendeels voor stakingen (respectievelijk 78% en 73%), terwijl de Duitsers en Nederlanders er fel tegen zijn (respectievelijk 69% en 60%) (afbeelding 8). Dit weerspiegelt de verschillende nationale houdingen ten opzichte van stakingen. Onze bevindingen komen overeen met andere onderzoeken naar “stakingsbereidheid” en we stellen vast dat Duitsland en Nederland onderaan de lijst staan met slechts 18 (22 voor Nederland) stakingsgerelateerde afwezigheden per jaar per 1.000 werknemers. Frankrijk staat bovenaan de lijst met 5 keer zoveel dagen (92) als Duitsland. Het belangrijkste argument van de Franse regering om de pensioenleeftijd te verhogen is om ervoor te zorgen dat de pensioenen gefinancierd worden. Interessant genoeg geloven bijna twee van de drie Europeanen dat deze oplossing niet haalbaar is.

toekomstige pensioen bepaalde

Figure 8

We hebben ook gekeken of meer welgestelde mensen net zo vaak stakingen steunen als mensen met lagere inkomens. We ontdekten dat er verschillen zijn: rijkere mensen tonen minder sympathie voor stakingen in Frankrijk. Slechts één op de vier mensen is het “helemaal eens” met stakingen, terwijl één op de vier het “helemaal oneens” is. Als we kijken naar de houding van mensen met lagere inkomens, is het duidelijk dat zij eerder voor stakingen zijn: 36% is het “helemaal eens” met stakingen, 25% is het “enigszins eens”, terwijl slechts 40% (vergeleken met 48% van de mensen met hogere inkomens) het “helemaal oneens” is met stakingen. Dit zou kunnen komen doordat bedienden gewoonweg niet zo blootgesteld zijn aan de ontberingen van banen met een laag inkomen en daarom niet dezelfde overtuiging hebben dat vervroegd pensioen eerlijk zou zijn. Zie grafiek 9.

toekomstige pensioen bepaalde

Figure 9


Is het correct dat bepaalde beroepen eerder met pensioen moeten gaan?

Bijna de helft van de Europeanen (47%) is het ermee eens dat bepaalde beroepen eerder met pensioen moeten kunnen gaan, en slechts 12% is sterk tegen dit concept gekant. Als we de beroepen waarvan de ondervraagden vinden dat ze het verdienen om eerder met pensioen te gaan nader bekijken, zien we dat werknemers in fysiek veeleisende beroepen, zoals (in afnemende volgorde) bouwvakkers, brandweerlieden, verpleegkundigen en militairen, het voorrecht zouden moeten hebben om eerder met pensioen te gaan (zie grafiek 10). Daarentegen is er een tendens om te denken dat meer mentaal veeleisende beroepen, zoals luchtverkeersleiders en leraren, minder vervroegd pensioen verdienen. Dit is een interessante bevinding, aangezien luchtverkeersleiders met 55 jaar een van de laagste pensioenleeftijden hebben, vanwege de mentaal veeleisende werklast. Bovendien wordt de onderwijssector het hardst getroffen door depressies en in Duitsland gaan drie op de vier leraren met vervroegd pensioen (Duitse site).

toekomstige pensioen stereotypen

Figure 10

Er zijn ook verschillen tussen landen: Duitsers zijn er het meest van overtuigd dat leraren niet eerder met pensioen zouden moeten mogen gaan (65% is het hier niet mee eens), terwijl ze er sterk van overtuigd zijn dat verpleegkundigen dit wel zouden moeten kunnen (72%), een percentage dat alleen door Nederland met 76% wordt overtroffen. Nederlanders zijn ook het meest voor vervroegd pensioen voor bouwvakkers en brandweerlieden (84% en 82%), respectievelijk 11 en 7 procentpunt meer dan het op één na hoogste land (Duitsland met 75% voor deze twee beroepen). Italianen en Duitsers zijn het meest tegen vervroegd pensioen voor gevangenisbewakers en ordehandhavers.

Over het algemeen kunnen we zien dat Nederlanders het meest voorstander zijn van vervroegd pensioen voor bepaalde beroepen:

  1. Nederland: 662 procentpunt akkoord,
  2. Duitsland: 579 procentpunt,
  3. Frankrijk: 564 procentpunt,
  4. Italië met 541 procentpunt.

De volledige lijst vindt u in afbeelding 11.

toekomstige pensioen stereotypen

 

Figure 11


Zijn de Duitsers echt zo op geld belust en de Nederlanders zo individualistisch, zoals de stereotypen voorspellen?

Europeanen hechten het meeste belang aan een goed salaris en goede arbeidsomstandigheden, evenals interessant en gevarieerd werk. De minst belangrijke aspecten zijn “een prestigieuze baan”, “eigen baas zijn” en “beslissingsbevoegdheid”. Er zijn echter enkele interessante verschillen tussen de landen. Het zijn de Duitsers en de Nederlanders die het meeste belang hechten aan een goed salaris; de Italianen geloven er minder in. Nederlanders lijken het meest individualistisch en hechten meer waarde aan “eigen baas zijn” en “beslissingsbevoegdheid”. Maar “goede contacten hebben met collega’s” werd ook hoog gewaardeerd. De resultaten voor Frankrijk zijn erg interessant voor onze analyse van pensioenen. De Fransen vinden “werkzekerheid”, “een goed salaris” en “carrièrevooruitzichten” erg belangrijk, aspecten die vaak aan bod komen in het debat over het pensioenstelsel.

toekomstige pensioen Conclusie

Figure 12


Conclusie

Concluderend blijkt uit onze resultaten dat Europeanen over het algemeen bezorgd zijn over hun pensioen, met een hoge mate van onzekerheid over pensioenbedragen en pensioenleeftijd. We ontdekten dat mensen met een laag inkomen en vrouwen met een hogere mate van onzekerheid te maken hebben. Daarnaast laten onze resultaten een scala aan voorkeuren zien als het gaat om beleggen in aandelen en pensioenopties. Hoewel de meeste mensen het eens zijn met de motivatie voor stakingen in Frankrijk, lijken Duitsers en Nederlanders ze als zodanig niet te steunen, wat de bezorgdheid over stakingen in deze landen onderstreept. Meer specifiek uiten Duitsers ontevredenheid over hun situatie, maar zijn ze niet geneigd om dezelfde actie te ondernemen als de Franse bevolking. De volledige vergelijking vindt u in afbeelding 12.


Sources

 



Posted in Recherche.

Plaats uw mening

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *