24 maart 2017 517 woorden, 3 min. gelezen

Aanbevelingsalgoritmen: de mythe van de filterbubbel stuikt in elkaar

Door Pierre-Nicolas Schwab Gepromoveerd in marketing, directeur van IntoTheMinds
We spraken op deze blog al meermaals over filterbubbels, een techniek die de negatieve invloed van algoritmen op ons digitale leven beschrijft. Voor meer informatie daarover verwijzen we naar dit artikel, waarin we dit onderwerp diepgaand besproken. Het bestaan van […]

We spraken op deze blog al meermaals over filterbubbels, een techniek die de negatieve invloed van algoritmen op ons digitale leven beschrijft. Voor meer informatie daarover verwijzen we naar dit artikel, waarin we dit onderwerp diepgaand besproken. Het bestaan van filterbubbels is een veelbesproken onderwerp en ik wilde alle wetenschappelijke studies erover bundelen. Gelukkig zijn het er maar enkele. Maar ze moeten wel een antwoord bieden aan alle weerkerende vragen die ik deze week op de conferentie Big Data van de ERU kreeg van wetenschappers en onderzoekers naar artificiële intelligentie.

Hoewel Pariser (2011) het hypothetische bestaan van filterbubbels aantoonde, zijn er steeds meer resultaten die doen vermoeden dat ze niet bestaan. Interessant is een citaat van Anderson (uit Fleder et al., 2008) dat hij al lang geleden al schreef (over de evolutie van artificiële intelligentie):

“Het voornaamste effect van de filters [die deel uitmaken van aanbevelingssystemen op het internet] is de gebruiker te helpen over te gaan van de wereld die ze kennen (‘de populairste’) naar een wereld die ze nog niet kennen (‘de niches’) (2006, p. 109).”

Dat is precies het tegengestelde van wat Pariser enkele jaren later (2011) beweerde. Ik vond dit een interessante tegenstelling: interessant genoeg om in wetenschappelijke studies op zoek te gaan naar bewijzen voor de ene of andere theorie. Als u niet houdt van wetenschappelijke teksten, stop dan hier en onthoud dat de wetenschappelijke gemeenschap nog lang niet overtuigd is van het bestaan van filterbubbels. Interesseert u wel zich voor academisch onderzoek, lees dan door om alles over dit onderwerp te weten te komen.

Wetenschappelijk bewijs van het niet bestaan van filterbubbels

Bakshy, Messing en Adamic (2015) deden een onderzoek bij een steekproef van 10,1 miljoen gebruikers van Facebook en kwamen tot het besluit dat het aanbevelingsalgoritme van Facebook (Newsfeed) niet leidt tot polarisering van de publieke opinie van de gebruiker. De aanbevelingen van Facebook sloten de gebruiker niet op in de ene of andere mening. In tegendeel.

Flaxman, Goel en Rao (2016) vonden slechts beperkte effecten betreffende de politieke actualiteit («hoewel de mechanismes van filterbubbels en echokamers een stijging doen vermoeden van on line segregatie, zijn de globale effecten eerder beperkt»)

Zuiderveen Borgesius et al. (2015) besluiten dat er geen risico is van filterbubbels, omdat de technologie nog in zijn kinderschoenen staat. De voordelen van overvloedige informatie vormen een evenwicht tegen de nadelen van aanbevelingen (waarbij de aanbeveling een direct gevolg is van de verhoging van de beschikbare informatie).

Nguyen et al. (2014) bestudeerden de invloed van een aanbevelingssysteem bij de keuze van films en kwamen tot het besluit aanbevelingen eigenlijk leiden tot meer keuze en meer diversiteit. Of zoals de auteurs van deze studie het omschreven: «het volgen van aanbevelingen vermindert het risico om opgesloten te raken in een filterbubbel».

Conclusie

Ondanks de verhoogde interesse van de media voor kennisbubbels lijken wetenschappelijke resultaten hierover aan te tonen dat filterbubbels niet bestaan, alleszins niet in de context waarin ze werden onderzocht. De negatieve effecten van algoritmes, waarbij de gebruiker opgesloten raakt in vroeger geraadpleegde inhoud, lijkt te worden gecompenseerd door de overvloed aan online inhoud die de nieuwsgierigheid van de gebruiker stimuleert.



Posted in Diverse, Recherche.

Plaats uw mening

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *